Vrouwen in de geneeskunde

Deel 1.

De feminisatie (of vervrouwelijking) van de geneeskunde is blijkbaar een ding. En wel zodanig dat er in de afgelopen decennia veel onderzoek naar is gedaan en er talloze artikelen over zijn geschreven.

Wat opvallend vaak wordt besproken is de invloed van het toenemende aantal vrouwelijke artsen op het vakgebied geneeskunde.

Natuurlijk is het interessant om te weten waar deze demografische verschuiving vandaan komt: bijvoorbeeld doordat er méér vrouwen of juist mínder mannen kiezen voor geneeskunde? (Antwoord: Meer vrouwen.) En hoe zit het met de gelijkheid: krijgen vrouwen dezelfde kansen en krijgen ze evenveel betaald als hun mannelijke collega’s? (Antwoord: Nee.)

Ondanks dat tweederde van de geneeskundestudenten nu vrouw is, is dit nog niet terug te zien in de beroepsbezetting. Horizontale segregatie in specialisaties (meer vrouwen in de kinder-, ouderen- en gehandicaptenzorg, maar nog steeds erg weinig in de chirurgische vakken) en verticale segregatie in de medische hiërarchie (weinig vrouwen in hoge posities) blijven aanhouden.

Verdeling vrouw man in 15 medische beroepen 2013 chart
Percentuele verhoudingen van vrouwelijke (roze) en mannelijke (blauw) artsen in verschillende specialisaties. Cijfers van 2013. Voor een complete lijst, zie bron.

Maar blijkbaar maken veel mensen zich toch zorgen over wat het betekent voor de geneeskunde zelf, dat de witte jas niet alleen meer door de witte man wordt gedragen. Wat zijn de risico’s?

Ja ja, er zijn ook voordelen, zoals bijvoorbeeld betere preventie en voorzorg, betere communicatie en zorg die patiëntgerichter is. Het is wetenschappelijk bewezen dat vrouwen minstens even goede artsen zijn als mannen. Er is aangetoond dat de overlevingskansen bij een vrouwelijke arts zelfs een tikkie groter zijn dan bij een mannelijke arts. (Women really are better doctors, study suggests.)

Maar wat zijn dan die risico’s? Afname van productiviteit? Discriminatie jegens mannen? Devaluatie van de geneeskunde?

De grootste bezorgheid is om de werkpatronen van vrouwelijke artsen. Ze werken over het algemeen minder uren per week dan mannelijke artsen. Ze zijn wellicht minder ambitieus en kiezen niet voor specialisaties als chirurgie. Wanneer ze kinderen hebben, publiceren ze minder wetenschappelijke artikelen (let wel: als ze geen kinderen hebben publiceren ze evenveel als hun kinderloze mannelijke collega’s), wat weer zou kunnen leiden tot minder geneeskundige doorbraken. Ze werken over het algemeen vaker part-time dan hun mannelijke collega’s en ze zijn minder bereid om overuren te draaien. Volgens sommige critici moeten we oppassen dat we niet met een tekort komen te zitten als straks alle full-time werkende mannelijke artsen met pensioen zijn. (Lees ook: Are there too many female medical graduates? Yes. en tegenhanger Are there too many female medical graduates? No.)

Gerda Croiset, hoogleraar medische onderwijskunde, suggereerde in 2007 dat mannelijke studenten voorgetrokken zouden moeten worden bij de loting, om de verdeling man-vrouw in evenwicht te houden. De Commissie gelijke behandeling beoordeelde dat dit niet mocht: een voorkeursbeleid is wettelijk alleen toegestaan bij maatschappelijk achtergestelde groepen. En dat zijn mannen niet.

Enkele jaren daarvoor had ook een uitspraak van Carol Black, een Britse arts en professor, gezorgd voor controverse. Black stelde dat de feminisatie van geneeskunde voor devaluatie van het vakgebied kan zorgen. Ze haalde een voorbeeld aan van artsen in Rusland, die in tegenstelling tot artsen in andere ontwikkelde landen een lage status hebben en zeer slecht betaald worden. (The medical time bomb: too many women doctors.)

‘Toevallig’ is de meerderheid van de artsen in Rusland vrouw. Sinds de jaren 50 ligt het percentage vrouwen in medische beroepen rond de 70%. Toen in het begin van de 20e eeuw Russische vrouwen in groten getale de geneeskunde betraden, begon tevens de devaluatie van de sector. Dit werd gereflecteerd in de salarissen en is nu nog steeds goed merkbaar. Artsen in Rusland verdienen een lager uurloon dan fastfood-medewerkers.

Rusland vrouwelijke artsen 1902
Een krantenknipsel uit 1902 bericht over vrouwen in de geneeskunde in Rusland. (Bron)

Hoewel er een correlatie bestaat tussen de hoeveelheid vrouwen in de geneeskunde en de slechte positie van artsen in Rusland, betekent dit natuurlijk niet automatisch dat er een causaal verband tussen de twee is. De politieke hervormingen in de Sovjet-Unie hebben waarschijnlijk een iets groter aandeel gehad. In de Sovjettijd werd geneeskunde gedeprofessionaliseerd en werden artsen werknemers van de staat. Artsen verloren hun controle over de geneeskunde. Er werd totaal geen prioriteit gegeven aan het verbeteren van de geneeskunde – iets wat in ontwikkelde landen juist continu gebeurt. Tegelijkertijd werden vrouwen aangemoedigd om voor een medisch beroep te kiezen. Zorg wordt nu nog steeds vanuit de staat geregeld en is in principe gratis voor iedereen in Rusland. Echter, er wordt weinig geld vrijgemaakt voor de zorg en het is ook nog eens ontzettend ineffectief georganiseerd.

Of het percentage vrouwen en de status van het vakgebied nu een causale relatie hebben of niet, het fenomeen is in ieder geval opvallend genoeg om een naam te hebben gekregen: de wet van Sullerot. Evelyne Sullerot was een Franse socioloog en feminist, die constateerde dat onze samenleving het werk van vrouwen minder waardeert dan het werk van mannen. Hoe meer vrouwen in een beroep, hoe lager de status en het salaris. Volgens sommige onderzoeken blijkt dit te kloppen: As women take over a male dominated field the pay drops.

Een ander voorbeeld wat Carol Black aanhaalde was het lerarenberoep: ooit was dit een mannenberoep maar tegenwoordig is de meerderheid van de leraren vrouw. Het beroep kenmerkt zich door een laag salaris en hoge werkdruk. De status van het lerarenberoep is ook al jaren aan het afbrokkelen.

Volgens Pauline Timmerhuis van het CPB is het echter aannemelijker dat het aanzien van het vak al was gedaald door bezuinigingen in de jaren tachtig. Vergelijkbaar met het geval van de artsen in Rusland dus. Overigens geldt ook voor de toename van vrouwelijke leraren dat, net voor de toename van vrouwelijke artsen, er veelvoudig onderzoek wordt gedaan of dit risico’s met zich mee brengt. Bijvoorbeeld of de jongens op school misschien slechter presteren wanneer ze alleen juffen en geen meesters hebben. Maar natuurlijk levert onderzoek daar geen bewijs voor. (Zie: Wat is het effect van het geslacht van leraren in het primair onderwijs?)

Wat Carol Black bedoelde, verduidelijkte ze later, is dat als we geen betere voorzieningen treffen voor vrouwelijke artsen, zodat zij in staat zijn werk en privé beter te combineren, dat we dan ook niet kunnen verwachten dat zij de veeleisendere taken in het vakgebied op zich zullen nemen.

En daar raakte ze eindelijk de juiste snaar.

In het artikel Women’s Participation in the Medical Profession: Insights from Experiences in Japan, Scandinavia, Russia, and Eastern Europe wordt verslag gedaan van een vergelijkend onderzoek naar percentages vrouwen in geneeskunde in Japan, Scandinavië en Rusland en Oost-Europese landen. Of het percentage vrouwen nu hoog (Rusland), laag (Japan) of in evenwicht is (Scandinavië): dezelfde patronen komen terug in elk van de besproken landen. Nog steeds komt de zorg voor gezin en huishouden grotendeels bij vrouwen te liggen.

Uit vrijwel alle onderzoeken die ik heb gelezen blijkt dat vrouwen willen en kunnen en dat ze goed zijn in hun werk als arts, maar dat de cultuur in de medische wereld het tot nu toe te weinig mogelijk maakt dat zij gelijke kansen kunnen benutten.

Vrouwelijke studenten halen over het algemeen betere cijfers dan hun mannelijke studiegenoten, dus dat zij niet voor cardiologie of neurochirurgie kiezen ligt niet aan hun competentie. In eerste instantie kiezen zelfs evenveel vrouwen als mannen voor chirurgie, maar veranderen daarna van specialisme. Veeleisende banen waarin 80+ uur per week gewerkt moet worden, vallen als optie al snel af als je ook andere verantwoordelijkheden hebt.

Wat opvalt is dat kinderloze vrouwelijke artsen wel even veel uren werken als kinderloze mannelijke artsen. Het verschil tussen gewerkte uren bestaat dus alleen wanneer er kinderen in het spel zijn. Nog steeds ligt de verantwoordelijkheid voor zorg voor kinderen grotendeels bij de vrouw en dit beïnvloedt de keuze van specialisme, het gewerkte aantal uren en doorgroeimogelijkheden. Om deze reden besluiten jonge vrouwen regelmatig het nemen van kinderen uit te stellen. Mannelijke artsen ondervinden over het algemeen geen nadeel aan het hebben van kinderen en blijven full-time werken.

Tegelijk zien we dat ook jonge mannen vaker part-time zouden willen werken. Ook niet geheel onbelangrijk: overwerkte chirurgen maken vaker fouten en lopen risico op een burnout.

Misschien is het tijd om onze energie te steken in het creëren van meer mogelijkheden, toegankelijkheid en flexibiliteit in plaats van ons maar af te blijven vragen wat we aanmoeten met al die vrouwen. (Zie ook: Why doctors should be allowed to work part-time.)

Zie ook deel 2 Heksen, dokters en heksendokters en deel 3, Vrouwen in de verpleegkunde.

2 gedachtes over “Vrouwen in de geneeskunde

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s