Heksen, dokters en heksendokters

Deel 2.

Tegenwoordig heeft de geneeskunde meer antwoorden dan ooit. Door de wetenschappelijke ontwikkelingen in de afgelopen 100 à 200 jaar is er ontzettend veel kennis opgedaan over het menselijk lichaam en de werking ervan. Ook hebben onder andere de ontdekking van bacteriën en het besef van belang van hygiëne de geneeskunde onherkenbaar veranderd.

Iedereen is er waarschijnlijk wel van op de hoogte dat het er een paar honderd jaar geleden heel anders aan toe ging. Geneeskunde en wetenschap gingen niet altijd hand in hand. Voordat geneeskunde een geprofessionaliseerd beroep werd, dat zich nauw verbindt met wetenschap, was er magie.

Nou ja, magie…

In de Middeleeuwen zagen de meeste mensen in hun hele leven nooit een dokter. Als ze een aandoening hadden, gingen ze naar een wijze, die veel van kruiden afwist, of naar een priester, of naar een barbier-chirurgijn, die naast kappen en scheren ook wat rudimentaire chirurgische handelingen verrichtte. Bijgeloof en religie speelden een grote rol in het dagelijks leven, alsook in de geneeskunde. Spreuken, bezweringen en geestuitdrijvingen waren populaire behandelingen en kruidenmengsels werkten als medicatie.

Een wijze was wat we nu een heks noemen. Deze heksen waren genezers, verloskundigen, meestal – maar niet uitsluitend – vrouwen, die klaarstonden voor de armste mensen van de middeleeuwse maatschappij. Mensen die te arm en te ziek waren en niet bij de kerk terecht konden, gingen naar een heksendokter voor genezing.

Deze heksendokters vielen niet alleen terug op bezweringen, maar hadden veelal veel verstand van anatomie en de werking van kruiden. Vaak gingen ze empirisch te werk. De heks vertrouwde op de zintuigen in plaats van op religie en dogma, zoals de kerk dat wel deed. Veel heksen waren onderzoekend ingesteld en probeerden dingen uit. Ook brachten ze kennis over op elkaar. Deze ‘informele geneeskunde’ leverde voorlopers van medicijnen op die vandaag de dag nog worden gebruikt (How Witches’ Brews Helped Bring Modern Drugs to Market).

Heksenvervolgingen

In deze bijgelovige tijden werd genezing vaak geassocieerd met magie. Het werd beschouwd als iets wat bij het leven hoorde en werd over het algemeen geaccepteerd. Echter, met de opkomst van de dominicanen (een Rooms-katholieke orde) werd ketterij strenger aangepakt en werd satanisme steeds meer gevreesd. Rond 1375 werd een link tussen heksen en de duivel gelegd. Er werd gezegd dat heksen samenwerkten met de duivel om zo meer krachten te verkrijgen.

Heulen met de duivel kon niet onbestraft blijven. Dit liep uit op de grootschalige heksenvervolgingen tussen de 14e en 17e eeuw, waarbij niet alleen de straffen snel zwaarder werden (van geldboetes naar de doodstraf), maar ook het percentage vrouwen al snel steeds hoger werd. Mede door de Heksenhamer (originele naam: Malleus Maleficarum), een handboek dat in 1484-87 werd geschreven, kwam de nadruk op vrouwelijke heksen te liggen. Doordat de boekdrukkunst vlak daarvoor was uitgevonden kon deze handleiding voor de heksenvervolger zich makkelijk en snel verspreiden.

Execution by burning witches, Malleus Maleficarum illustration Montague Summers
Verbranding van heksen. Afbeelding uit de Heksenhamer (bron)

De Heksenhamer is een, op zijn zachts gezegd, vrouwonvriendelijk handboek. Het boek suggereert niet alleen dat de inferioriteit van vrouwen ze vatbaarder maakt voor hekserij, maar ook dat vrouwen onzedelijk en de belichaming van de seksuele zonde zijn. Vrouwen zouden seks hebben met de duivel om heks te worden. Alleen dat al was in die extreem preutse tijden een substantiële aantijging. Verder zouden heksen onder andere mannen verleiden, vrouwen onvruchtbaar maken en kinderen offeren aan de duivel. Deze typering van de heks als kwaadaardige vrouw galmt vandaag de dag nog na.

De goede heks

Mislukte oogsten en sterfgevallen werden natuurlijk op heksen afgeschoven. Dat daar een zondebok voor gevonden moest worden, is nog enigszins te begrijpen. Maar ook goede heksen, die daadwerkelijk mensen hielpen en genazen, werden vervolgd. Dat ze goed deden maakte niet uit. De kerk zag de heksenvervolgingen als een aanval op (duivelse) magie, niet op geneeskunde. Heksen deden het werk van de duivel en of dat nou goedaardig of kwaadaardig werk was: dat ze zich inlieten met de duivel maakte het sowieso verkeerd. Volgens de kerk werkte de duivel via deze heksen om meer macht op aarde te krijgen. Hoe meer macht de duivel kreeg, hoe groter de bedreiging was voor de kerk.

Ook werden de geneeskundige prestaties van heksendokters gezien als inmenging in het werk van de kerk. Alleen God kon mensen daadwerkelijk genezen. Alleen priesters en dokters mochten het werk van God verrichten. God zou toch nooit zijn werk door een vrouw, laat staan een vrouw uit de laagste klasse van de samenleving, laten verrichten? En dat bevestigde weer dat het wel het werk van de duivel moest zijn.

Volgens Ehrenreich en English was de heks een driedubbele bedreiging voor de kerk, omdat in haar 1) het anti-empirisme, 2) de mysogynie en 3) de obsessie met onzedigheid van de kerk samen kwamen: de heks was een schaamteloze en goddeloze vrouw die pragmatisch te werk ging en voor zichzelf dacht (Witches, Midwives and Nurses: A history of women healers).

Hoe dokter een mannenberoep werd

Tegelijk met de heksenvervolgingen en de nieuwe profilering van de heks als duivels, onbetrouwbaar en kwaadaardig, werd de universitair getrainde geneesheer gecultiveerd. In de 14e eeuw hadden mannelijke dokters al de monopolie om geneeskunde te bedrijven bij de elite. (Alleen verloskunde viel hier niet onder en bleef nog 3 eeuwen lang het domein van vroedvrouwen.)

De kloof tussen heksendokters en ‘echte dokters’ werd vergroot doordat de kerk het amateurisme van de heksen afzette tegen de professionaliteit van de dokters. Kwakzalverij stond gelijk aan ketterij. “Als een vrouw durft te genezen zonder daarvoor te hebben gestudeerd, dan moet zij wel een heks zijn en sterven,” aldus de kerk. Natuurlijk hadden vrouwen de optie tot studie niet eens, want ze werden geweerd van universiteiten.

Het onderscheid tussen de ‘vrouwelijke bijgelovigheid’ van de heks en het ‘mannelijke intellect’ van de dokter werd nog eens extra benadrukt door de aanwezigheid van dokters bij de processen van heksen. De dokter gaf als medische expert zijn oordeel of de vrouw in kwestie een heks was en of ziekten door haar waren veroorzaakt.

“als wordt gevraagd hoe het mogelijk is te ontwaren of een ziekte is veroorzaakt door hekserij of door een of ander fysisch gebrek, vragen we de dokter te oordelen” (Malleus Maleficarum)

Tevens werden er regels omtrent licentie ingevoerd. Alleen erkende dokters mochten nog geneeskunde beoefenen. De mannelijke dokter werd zo in een machtspositie boven de vrouwelijke heks geplaatst en had zowel de elite, als de kerk, als het gerecht aan zijn zijde.

(En laten we wel wezen: in deze periode was de wetenschap nog lang niet zo ver gevorderd als nu. De erkende dokters hadden een opleiding van slechts een jaar of twee gevolgd en maakten gretig gebruik van aderlatingen en medicatie op basis van opium en kwik. Deze rigoureuze behandelingen liepen met grote regelmaat slecht af. )

De enige rol die overbleef was die van vroedvrouw. Maar in de 17e en 18e eeuw begonnen mannelijke artsen zich uiteindelijk toch ook met verloskunde te bemoeien. Tot dan toe werd er bij de bevalling alleen een dokter bij gehaald als de bevalling niet goed verliep. De dokter kon niet veel anders doen dan proberen het leven van de vrouw te redden door de baby te verwijderen (fataal voor de baby) of de baby te redden door een keizersnede uit te voeren (fataal voor de vrouw). Met de uitvinding van de verlostang kon een moeilijke bevalling worden bespoedigd, met ietwat verminderd risico voor zowel de moeder als de baby.

Jammer genoeg voor de vroedvrouwen was de verlostang een chirurgisch instrument, dat niet door vrouwen gebruikt mocht worden. Mannelijke dokters zagen hun kans, met hun chirurgische bevoegdheid, om autoriteit te worden op ook dit gebied. Verloskunde werd gemedicaliseerd. De vroedvrouwen, die geen medische opleiding hadden gevolgd en ook niet kónden volgen, werden wederom weggezet als bijgelovig, onverantwoord, simpelweg incompetent.

Universiteiten houden de deuren gesloten

Vrouwen bevonden zich nu in een impasse: genezen zonder opleiding en licentie was illegaal en zelfs gevaarlijk, omdat ze van hekserij zouden worden beschuldigd en op de brandstapel zouden kunnen belanden. Een opleiding volgen was onmogelijk, omdat universiteiten geen vrouwen toelieten.

Uiteindelijk stopten de heksenvervolgingen. Na 1660 begon het aantal vervolgingen sterk af te nemen, door toegenomen scepsis, vorderingen in de natuurwetenschap die geloof in het bovennatuurlijke deed afnemen en de scheiding tussen kerk en gerechtshof. De universiteitsdeuren bleven gesloten. Het argument om vrouwen niet toe te laten: te delicaat, te sentimenteel, te onwetenschappelijk aangelegd. Vrij ironisch, aangezien de kerk aan paar honderd jaar geleden nog beweerde dat vrouwelijke heksen zo empirisch en pragmatisch waren.

Pas 200 jaar later, in 1871, werd Aletta Jacobs toegelaten als eerste vrouwelijke student medicijnen. In 1876 gaan alle universiteiten in Nederland officieel open voor vrouwen.

Elizabeth Blackwell en Aletta jacobs
Elizabeth Blackwell en Aletta Jacobs waren de eerste vrouwelijke artsen in Amerika (1851) en Nederland (1879), respectievelijk. Beiden zetten zich tevens in voor vrouwenrechten.

Aan de ene kant hebben we de eeuwenlange degradatie van ongeschoolde vrouwen die genezing beoefenden – de vrouwen die werden bestempeld als heks en geweerd uit universiteiten. Aan de andere kant hebben we de promotie van wetenschappelijke geschoolde artsen, vrijwel allemaal mannen uit betere kringen – de enigen die werden toegelaten en die een opleiding überhaupt konden betalen. Pas in de afgelopen decennia hebben vrouwen hun inhaalslag gemaakt in de geneeskunde.

De historie omtrent al deze onderwerpen – de heksenvervolging, het verloskundige beroep, de opkomst van de wetenschappelijke geneeskunde en medisch onderwijs – is zeer uitgebreid en omvat meer dan 500 jaar aan geschiedenis, maar de link tussen heksenvervolgingen en de wetenschappelijke geneeskunde wordt niet vaak gelegd.

Hopelijk schetst dit een verruimend perspectief.

Zie ook deel 1, Vrouwen in de geneeskunde en deel 3, Vrouwen in de verpleegkunde.

Meer:

2 gedachtes over “Heksen, dokters en heksendokters

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s