Reisverslag Namibië en Botswana, deel 1: midden-Namibië

Het is alweer een tijdje geleden sinds mijn laatste post en dat komt deels doordat ik ben begonnen met vrijwilligerswerk bij Belvédère. Binnenkort zal ik daar wat meer over vertellen. Daarnaast ben ik 3 weken op vakantie geweest. Omdat ik het leuk vind om van tevoren wat research te doen naar de te bezoeken plekken, heb ik me daar de week voor we vertrokken nog even intensief mee bezig gehouden.

Zoals de titel al heeft verraden ben ik naar Namibië en Botswana geweest. Niet echt bestemmingen die op mijn lijstje “plekken waar ik ooit nog eens heen wil” stonden. Het idee kwam van mijn zwager en zijn vriendin, die ons vroegen of we zin hadden om mee te gaan. Met twee auto’s met tent op het dak een self drive door woestijnen en natuurbeschermingsgebieden, overnachtingen deels in hotels, deels op campings.

Welnu, als je mij een beetje kent, ben je vast bekend met het feit dat kamperen niet mijn favoriete vorm van vakantie vieren is, dus dat onderdeel van de reis schrok me een beetje af. Ik zal trouwens proberen niet te veel te klagen over kamperen, want het blijft de beste manier om de natuur te ervaren, maar ik kan niets beloven.

In dit eerste deel zal ik het alleen hebben over midden-Namibië en in de volgende delen over noord-Namibië en Botswana. Vergezeld door persoonlijke foto’s zal ik vertellen over de mooie en minder mooie dingen die we hebben gezien. Alle foto’s zijn van mij, tenzij anders vermeld.

Self drive door Namibië

Goed, we besloten er na lang wikken en wegen voor te gaan. Het vooruitzicht veel wilde dieren te zien trok me over de streep. Ook was ik nog niet eerder in Afrika geweest en eens moet de eerste keer zijn.

De reis hebben we geboekt bij een organisatie, maar de route hebben we deels zelf uitgestippeld. De vliegtickets hebben we ook zelf geboekt. Alle overnachtingen en de huurauto plus tent en inhoud zijn door de organisatie geregeld.

We begonnen in Windhoek en hebben een vervolgens een rondje (van een kleine 4000 km) met de klok mee gemaakt:

  • Windhoek – Sesriem – Solitaire – Swakopmund (deel 1)
  • Khorixas – Okaukuejo – Halali – Onguma – Divundu – Kasane (deel 2)
  • Linyanti – Maghoto – Khwai – Ghanzi – Windhoek (deel 3).
De route door Namibië en Botswana. Begin en eind in Windhoek. Sesriem Solitaire Swakopmund Khorixas Etosha Divundu Kasane Chobe Moremi Ghanzi
De route door Namibië en Botswana. Begin en eind in Windhoek. (Bron: Google Maps)

De eerste dag in Windhoek hebben we voornamelijk besteed aan het ophalen van de huurauto. Er moesten allerlei dingen uitgelegd worden over de auto, hoe te rijden op verschillende soorten wegen, hoe vooral níet te rijden op verschillende soorten wegen (ik ben blij dat ik de Hall of Shame met verongelukte auto’s pas zag toen we de auto weer terugbrachten), de reisplanning, mogelijke activiteiten per locatie, hoe de tent in- en uitgeklapt moest worden, welke accessoires er allemaal bij zaten… We kregen een overload aan informatie. Na een 11 uur durende nachtvlucht met minimale slaap waren we behoorlijk moe en wilden we het liefst zo snel mogelijk aan de vakantie beginnen!

Sesriem, Sossusvlei, Deadvlei, Dune 45

De eerste nacht verbleven we in een hotel in Windhoek, om de volgende dag pas écht te beginnen. We reden van Windhoek naar Sesriem, ons uitvalspunt voor de Sossusvlei, Deadvlei en Dune 45. In Sossusvlei bevinden zich de hoogste zandduinen ter wereld. En dat hebben we geweten…

De camping bij Sesriem (Sesriem Campsite).
De camping bij Sesriem (Sesriem Campsite). Twee woorden: overal zand.

Na een overnachting op de Sesriem Campsite stonden we de volgende dag voor zonsopgang op, om de zon te zien opkomen vanaf de bekendste duin van Namibië, Dune 45. (Dit kan trouwens alleen als je op Sesriem Campsite slaapt, anders kan je in verband met de openingstijd van het park nooit op tijd zijn. Voor Sesriem Campers gaat de poort een uur eerder open.)

Dune 45 is een redelijk toegankelijke duin die vanaf Sesriem op 45 kilometer afstand ligt aan de weg naar Sossusvlei en Deadvlei. Met ‘redelijk toegankelijk’ bedoel ik niet ‘makkelijk’. Het beklimmen van de duin was zwaarder dan ik van tevoren dacht. De duin is ruim 170 meter hoog en het zand is behoorlijk mul. Je schoenen vullen zich al snel met het fijne zand. In de hitte van de zon moet je dit zeker niet doen. Het zou kunnen dat ik op dit gebied een ervaringsdeskundige ben, maar daar later meer over.

De zonsopgang meemaken vanaf Dune 45 is echt een ding. Maar als ik heel eerlijk ben, was ik niet ondersteboven van de zogenaamde prachtige gloed van de opkomende zon en de kleurschakeringen van het rode zand. Het is een leuke ervaring, maar het is niet magisch.

Dune 45
Dune 45

Toen we waren uitgekeken op de opgekomen zon, klommen we weer naar beneden en reden we door naar Deadvlei. Aangezien de laatste kilometers naar Deadvlei bestaan uit zandweg, is deze weg alleen begaanbaar met een 4×4. Dat was voor de eerste keer wel even spannend, maar we kwamen er doorheen.

Daarna was het nog een kilometer lopen. Bordjes volgen, al zagen wij nergens bordjes. Na een wandeling van grofweg een kwartier, over een vlakte van gedroogde klei, kwamen we erachter dat Deadvlei aan de andere kant van een hoge duin was. We moesten dus weer een duin beklimmen, maar ditmaal in de hete zon. Zodra de zon op is, loopt ook de temperatuur behoorlijk snel op.

We lieten ons niet kennen en beklommen die duin, ondanks de brandende zon. We waren niet de enige die dat deden, dus we dachten dat we vast op de goede weg zaten. Wrong. Aan de andere kant van de duin bleek zich een kleine, maar heel diepe vallei te bevinden. Heel indrukwekkend, maar ook wel een beetje ontmoedigend. We wilden de fameuze dode bomen van de Deadvlei zien. Hoe moeilijk kon het zijn om daar te komen? In de Lonely Planet stond niets vermeld over het beklimmen van duinen. Bleek dat we nóg verder moesten klimmen. Aan de andere kant van een nóg hogere duin was de Deadvlei. Bezweet en met een rooie kop van de inspanning en hitte wilde ik eigenlijk niet meer, maar ja, als je al zo ver bent gekomen…

Bovenop de duin met rechts de kleine vallei en achter de Big Daddy Dune.
Bovenop de duin met rechts de kleine vallei en rechtsboven de Big Daddy Dune.

Achteraf bleek dat we halverwege waren de Big Daddy Dune te beklimmen. Deze duin is met 350 meter de hoogste in het gebied.

De directe en de indirecte route naar Deadvlei...
De directe en de indirecte route naar Deadvlei… (Bron: Google Maps)

Goed. Laten we het erop houden dat de afdaling van een duin een heel stuk makkelijker gaat en dat je even op moet letten dat je niet verkeerd loopt als je Deadvlei wil bezoeken. Ook is het een goed idee om voor lunchtijd weer te vertrekken, omdat het echt ontzettend heet is en de dode bomen voor bar weinig beschutting zorgen.

Paul in Deadvlei.
Deadvlei, met de duinen van rood zand die scherp afsteken tegen de wolkenloze blauwe lucht.

Solitaire: een gehucht midden in de woestijn

Na een lange ochtend in Sossusvlei reden we door naar Solitaire, onze volgende bestemming. Solitaire is een fotogeniek gehucht, waar minder dan 100 mensen wonen. Voor reizigers tussen Sesriem en Swakopmund is het een aangename tussenstop. Over Solitaire valt verder niet zo veel te zeggen. Je kunt er tanken en appeltaart eten. En dat is precies wat we daar hebben gedaan.

Lees meer over Solitaire, als verteld door Ton van der Lee.

Een van de vele autowrakken die Solitaire versieren.
Een van de vele autowrakken die Solitaire versieren.

Onze overnachting was op Solitaire Desert Farm, dat 7 kilometer van Solitaire vandaan ligt. De farm en bijbehorende camping liggen in een prachtige omgeving. Na de drukke, massale camping in Sesriem was deze kleine, rustige camping (met privé sanitair!) een verademing. Hier hebben we niet veel meer gedaan dan bijkomen van een lange dag, zwemmen in een ijzig koud zwembad, van de zonsondergang genieten en hopen dat er wilde dieren voorbij zouden lopen in het prachtige landschap (dat deden ze helaas niet).

Tent uitklappen op de camping van Solitaire Desert Farm.
Tent uitklappen op de camping van Solitaire Desert Farm.
Zonsondergang bij Solitaire Desert Farm.
Zonsondergang bij Solitaire Desert Farm.

Swakopmund en Walvisbaai

Vanuit Solitaire reden we door het Namib-Naukluft National Park naar Swakopmund. We reden door een prachtig landschap dat steeds maar veranderde. Vreemd genoeg werd het droger en droger hoe dichter we bij de kust kwamen. Van berglandschappen naar savannes en uiteindelijk van uitgestrekte gravelvlaktes naar alleen maar zand.

Uitzicht Spreetshoogte pas.
Uitzicht vanaf het Spreetshoogte-uitzichtpunt.

Voordat we naar Swakopmund reden maakten we een uitstapje naar de Spreetshoogtepas. De Spreetshoogtepas ligt op 1.780 meter boven de zeespiegel. Met een hellingsgraad van 22% is het de steilste pas in zuidelijk Afrika. Een gravelweg met rivieroversteken, kleine slingerweggetjes en steile klim (de echt steile stukken zijn geasfalteerd) leiden tot een prachtig uitzicht over de Namib.

Het intens droge landschap op weg naar Swakopmund.
Het intens droge landschap op weg naar Swakopmund.

Hoe dichter bij Swakopmund we kwamen, hoe droger het landschap werd. Op een gegeven moment reden we een hele tijd door een soort maanlandschap met niets anders dan grof zand en stenen. Via Walvisbaai, waar trouwens met 380 meter de hoogste duin van Namibië ligt, Dune 7, bereikten we Swakopmund.

Swakopmund is een van de toeristischere plekken van Namibië en er is genoeg te doen in en rondom het stadje. Veel van de activiteiten zijn speciaal voor de toerist (sandboarden, met quads door de woestijn, zeekajakken) en dat is niet echt ons ding, maar een beetje de toerist uithangen hoort er wel bij, dus we kozen voor een cruise met een catamaran.

Zeeleeuwen bij Walvisbaai.
Zeeleeuwen bij Walvisbaai.

De cruise begon ’s ochtends vroeg en voerde ons langs de kust bij Walvisbaai, waar dieren als zeeleeuwen, dolfijnen, pelikanen en aalscholvers leven. De lage temperatuur van het zeewater, een stabiele 14 graden Celsius, maakt zwemmen aan de kust van Walvisbaai en Swakopmund minder aantrekkelijk, maar zorgt wel voor veel zuurstof en plankton in het water.

Ik had nog niet eerder gehoord van het bestaan van Namibische oesters, maar blijkbaar zijn dit de perfecte omstandigheden om oesters te kweken. Waar oesters normaal in warmer water leven en na 3 jaar geoogst kunnen worden, groeien de oesters in het “vruchtbare” water aan de Namibische kust zo hard dat ze na slechts 8 maanden al geoogst kunnen worden. Onze cruise werd afgesloten met een lunch aan boord, inclusief oesters en champagne (oftewel: één oester per persoon en bubbelwijn). Ik besloot dat dit de laatste oester was die ik ooit zal hebben gegeten.

Lunch op de catamaran.
Lunch op de catamaran.

De Namibische keuken

Over eten gesproken: Namibië is geen land van culinaire hoogstandjes. De Namibische keuken bestaat niet echt en is onder voormalige kolonisatie van Duitsland en mandaat van Zuid-Afrika een ongeïnspireerde combinatie van toeristische Duitse gerechten en de Zuid-Afrikaanse braai. Als vegetariër had ik het ook niet altijd makkelijk, aangezien beide keukens zwaar leunen op vlees.

Vanuit ons hotel in Swakopmund kregen we een traditioneel Afrikaans restaurant aangeraden, waar we gretig op in gingen. Tot dan toe hebben we namelijk vooral matig toeristenvoer met te kort gebakken patat voorgeschoteld gekregen. (Serieuze tip: als je naar Namibië gaat en je bestelt een gerecht met patat, vraag dan of ze de frites wat langer in de frituur willen laten zitten.)

Links: risotto met wortels en sperziebonen. Rechts: een kaastosti met wortels en sperziebonen en te kort gebakken patat.
Links: risotto met wortels en sperziebonen. Rechts: een kaastosti met te kort gebakken patat en wortels en sperziebonen.

Bij het bekijken van de menukaart zag ik meestal wel één of twee keuzes zonder vlees, maar vaker wel dan niet was dat een Griekse salade met witte kaas. Dat is het noodlot van de vegetariër.

De term ‘seasonal vegetables‘, die ik ook vaak in menukaarten zag staan, klonk in eerste instantie aantrekkelijk, maar het bleek het seizoen van de wortels en de sperziebonen te zijn. Ik heb meer wortels en sperziebonen gegeten in de afgelopen maand dan in de afegelopen 3 jaar.

De paar keer dat we pizza bestelden, hebben we ongeveer de helft van de kaas eraf gehaald. De pizza’s waren over het algemeen best oké, maar ontzettend zwaar door de hoeveelheid kaas. Meestal zaten er ook gewoon te veel ingrediënten op, die niet altijd goed combineerden. De ergste pizza die we op hebben had de naam ‘Nile pizza’ en was belegd met, onder meer, stukjes krokodil…

Qua fast food was de Wimpy bij ons al snel favoriet. Voor fast food is het eten daar meer dan prima (ach, alleen die patat…) en je kunt er voor ontbijt, lunch en avondeten terecht. Hier zijn we dan ook meerdere keren geweest. Het blijkt dat Wimpy in 1969 meer dan 50 vestigingen in Nederland had, maar dat deze allemaal zijn weggeconcurreerd door McDonald’s en Burger King. Jammer!

Terug naar het traditioneel Afrikaanse restaurant. Wat hebben we daar lekker gegeten. Niet verrassend stonden er veel vleesgerechten op de kaart – waaronder schapenkop en mopanewormen, al had niemand daar interesse in. Er was slechts één vegetarisch gerecht en dat was wilde spinazie. Ik zat hem een beetje te knijpen voor zo’n gerecht, want het is weleens voorgekomen dat ik een bak kale slablaadjes voorgeschoteld heb gekregen. Niets bleek minder waar. De spinazie was echt heerlijk, goed gekruid en met een pittige chilisaus ernaast. In combinatie met een soort dikke pannenkoek van maïsmeelpap was dit een complete en goed vullende maaltijd.

Traditioneel Afrikaans eten in restaurant Hafeni.
Traditioneel Afrikaans eten in restaurant Hafeni.

Naar het restaurant gaan was trouwens ook nog een belevenis. We moesten worden opgehaald door een chauffeur van het restaurant, omdat het potentieel onveilig was om met onze eigen auto in het donker door de overwegend zwarte buurt te rijden. Met onze gloednieuwe Toyota Hilux met tent op het dak ben je zo overduidelijk een rijke toerist, dat de mensen in die buurt weleens wat zouden kunnen proberen. Aldus de receptioniste van ons hotel.

Veiligheid in Namibië

Diezelfde receptioniste drukte ons trouwens op het hart dat het echt niet onveilig is in Swakopmund, maar dat al die muren en hekken en de beveiliger gewoon voor de zekerheid waren. We hebben niets vervelends met inbraak of diefstal meegemaakt en er ook andere toeristen niet over gehoord, maar het viel me echt op hoe huizen in de steden (en soms zelfs hele wijken) allemaal hermetisch afgesloten waren. Ommuurd met hoge muren en extra prikkeldraad bovenop. Winkels hebben hekken voor de deuren, die zelfs tijdens openingstijd soms speciaal voor je opengebuzzd moeten worden. “Gewoon voor de zekerheid.”

Ik heb me geen moment echt onveilig gevoeld in Namibië. De momenten dat ik me minder op mijn gemak voelde waren onder andere na zonsondergang in Windhoek, maar dat was vooral omdat ik had gelezen dat het af te raden is om in het donker over straat te lopen en je beter een taxi kan nemen. We hebben de laatste avond in Windhoek wel in het donker over straat gelopen, naar een toeristisch restaurant genaamd Joe’s Beerhouse. (Dit restaurant is trouwens echt een gigantische trekpleister voor toeristen en zou ik niet per se aanraden. We zijn hier alleen heen gegaan omdat het dicht bij ons hotel was en we te lui waren om meer onderzoek te doen naar andere restaurants.)

Er wonen slecht 2.2 miljoen mensen in heel Namibië, van wie de meeste in de steden als Windhoek, Walvisbaai, Rundu en Swakopmund wonen. In de niet-stedelijke gebieden kom je vrij weinig andere mensen tegen. Op de weg kom je voornamelijk andere toeristen tegen. In rurale gebieden vond ik de sfeer meestal erg fijn, omdat het ‘speciaal’ was om andere mensen tegen te komen en iedereen elkaar vriendelijk groette.

Andere momenten dat ik me niet zo op mijn gemak voelde waren vooral gerelateerd aan wilde dieren, maar daarover in het volgende stuk meer!

Naweeën van de apartheid

Iets anders wat ons eigenlijk de eerste dag al opviel en wat de rest van de tijd dat we er waren een steeds terugkerend thema bleek te zijn, was dat witte en zwarte mensen best wel gescheiden van elkaar leven. Van de witte wijk waar ons hotel in stond en de zwarte wijk waar we beter met een chauffeur heen konden tot de witte managers en de zwarte bediening in restaurants. Hierover heb ik in toeristengidsen niets gelezen, maar ik vond het behoorlijk opvallend.

Jammer genoeg is de impact van een kolonisatieverleden en de apartheid groot en is na 30 jaar die ongelijkheid nog steeds duidelijk aanwezig. Er wordt door de Namibische overheid wel hard aan gewerkt om hier verandering in te brengen.

In het artikel Namibië, een land van contrasten kun je meer lezen over de ongelijkheid.

De april-editie van National Geographic
De april-editie van National Geographic.

Het is wel erg toepasselijk dat ik precies in dit land de speciale uitgave van National Geographic waar ik naar op zoek was vond. Ik heb een artikel geschreven over deze uitgave, die je hier kunt lezen: Is de Westerse cultuur superieur? Het exotiseringsprobleem.

 

Wordt vervolgd

In de volgende delen zal ik meer vertellen over het noorden van Namibië en Botswana, over safari, wilde dieren, malaria, de grens oversteken, bush camping en vast komen te zitten in zand…

Klik hier voor deel 2: Reisverslag Namibië en Botswana, deel 2: noord-Namibië.

Zonsondergang bij Swakopmund.
Zonsondergang bij Swakopmund.

 

 

Een gedachte over “Reisverslag Namibië en Botswana, deel 1: midden-Namibië

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s