Wolphaertsbocht Charlois

De teloorgang (en opkomst) van Zuid

Na een tijdje te hebben nagedacht over welke wijk ik mijn volgende artikel zou schrijven (Vreewijk? Pendrecht?), werd het me duidelijk dat we nog even in deelgemeente Charlois moeten blijven. Het zit namelijk zo, dat ik nog helemaal niet uitverteld ben over mijn buurt.

Ik woon aan de Pleinweg, precies in het midden van de twee wijken Tarwewijk en Carnisse. We zijn hier in 2014 komen wonen. Ik zeg vaak dat we net op tijd waren, omdat de appartementen om ons heen inmiddels al voor het dubbele verhuurd worden. Het is ongelooflijk dat voor een kleiner appartement dan het onze (dat met 60 vierkante meter al niet zo heel ruim is) en dan ook nog zónder tuin, anderhalf tot daadwerkelijk het dubbele bedrag gevraagd wordt.

Terug in de tijd

Laten we beginnen met een paar verhalen van vroeger.

Ik werk als vrijwilliger bij Verhalenhuis Belvédère en heb daar toegang tot een schat aan mooie verhalen van Katendrechters. Vaak gaan de verhalen over het leven op de Kaap en de vele veranderingen die er in de afgelopen decennia hebben plaatsgevonden. En soms gaan ze over andere plekken in Rotterdam, omdat mensen bijvoorbeeld wegverhuisden uit Katendrecht toen het in de jaren 60 te gek werd met de prostitutie.

Neem dit fragment uit een interview met een Katendrechts stel, dat precies om deze reden in 1966 naar de Mijnsherenlaan verhuisde:

We konden een woning krijgen op de Mijnsherenlaan. Dat moest ook nog door een ballotagecommissie bij de huisbaas. (…) Ik moest vijfhonderd gulden borg betalen. Omdat je naar een beetje chique buurt ging, moest je borg betalen. Waarvoor weet ik niet. Ja, de Mijnsherenlaan en Dordtselaan was vroeger de buurt, hè? Allemaal mooie driekamerflats. Ja, dat was een heel mooi huis.” (Anoniem, 1966)

Tijdens een ander interview sprak ik Corrie van 82, die al haar hele leven op Katendrecht woont. Toen ik zei dat ik op de Pleinweg woonde, zei ze: “Oh ja, de karbonadebuurt! Ja, dat was luxe, hoor, vroeger.”

Dat is niet de eerste keer dat ik dat hoor, dat straten als de Pleinweg, de Wolphaertsbocht, de Dordstelaan en de Mijnsherenlaan vroeger zo chique waren. Deze straten en lanen zijn de verbindingswegen en winkelstraten van Tarwewijk en Carnisse. Nog steeds kan je er je boodschappen wel doen, maar het gevoel van vergane glorie walmt je tegemoet in de vorm van waterpijpen en overvolle vuilnisbakken.

Een vriendin van mijn moeder groeide op aan de Wolphaertsbocht en herinnert zich dat het een mooie winkelstraat was, met de V&D op de hoek. Als je een beetje bekend bent met de Wolphaertsbocht van de huidige tijd (denk: kringloopwinkels, barbershops, coffeeshops) kan je het je haast niet voorstellen. Maar als je door het verval heen kijkt, zie je de brede lanen, groene singels en aardig wat vooroorlogse panden. De havens, het Zuiderpark en het kerkplein van het pittoreske Oud-Charlois liggen op loopafstand en het centrum is maar een kwartiertje met de fiets door de Maastunnel.

Kruising Pleinweg en Wolphaertsbocht met de Vroom & Dreesman op de hoek, 1968
Kruising Wolphaertsbocht (links) en Pleinweg met de Vroom & Dreesman op de hoek, 1968 (Bron: Pinterest)

Nadat je gewend bent geraakt aan het idee dat deze achterstandswijken er een halve eeuw geleden heel anders uitzagen, rijst de vraag: hoe kan het dat deze wijken met al die ooit zo levendige winkelstraten zo achteruit zijn gegaan?

Het antwoord hierop is waarschijnlijk in de jaren 60 te vinden. De tweede helft van de jaren 60 bracht drie grote veranderingen: de komst van de metrolijn, de bouw van winkelcentrum Zuidplein en gastarbeiders.

The swinging sixties

Het voorbeeld van bioscoop Metro schetst een aardig beeld van de invloed die de eerste twee factoren, de metro en Zuidplein, hebben gehad op de Wolphaertsbocht als winkelstraat.

"Zuid krijg er een nieuwe bioscoop bij" kopt de krant Het Vrije Volk in 1954
“Zuid krijg er een nieuwe bioscoop bij” kopt de krant Het Vrije Volk in 1954 (Bron: Delpher)

In wat nu een poolcafé is, op Wolphaertsbocht nummer 196, zat ooit een moderne bioscoop met 800 zitplaatsen. Tussen de bestaande bebouwing werd in 1955 een strak vormgegeven bioscoop gebouwd, met een evenementenzaal en bovenin het gebouw een paar woningen. De bioscoop heeft het een kleine 30 jaar volgehouden.

Ironisch genoeg was de aanleg van de metrolijn tussen het Centraal Station en Zuidplein in 1966 een harde klap voor de bioscoop die de naam Metro droeg. Bioscoopeigenaar Cornelis van ’t Hoft vertelt in 1976 in een interview met de krant Het Vrije Volk:

Twee grote klappen heeft Metro gehad. […] De eerste was toen de metro geopend werd en alle buslijnen in de Wolphaertsbocht opgeheven werden. Dat waren lijnen naar Hoogvliet, Spijkenisse, noem maar op. Het waren voor Metro levenslijnen naar  de eilanden. En dat scheelde honderden mensen in de week.”

Naast het feit dat de Wolphaertsbocht nu minder goed te bereiken was voor het publiek, viel een paar jaar later een groot deel van het overgebleven publiek ook nog eens weg door het in 1972 geopende nieuwe overdekte winkelcentrum Zuidplein. Winkels, waaronder de V&D, verhuisden naar Zuidplein.

“De tweede klap kwam toen het Winkelcentrum Zuidplein geopend werd. Toen raakten we een grote loop kwijt. Het was hier erg gezellige winkelwijk, waar men van heinde en verre kwam. Die tweede klap had nóg een nadelig effect. Toen de winkeliers merkten dat het publiek wegbleef, kwamen er steeds meer zaken leeg te staan. De gebouwen werden van de ene dag op de andere dag de helft minder waard.” (Interview met Cornelis van ’t Hoft, Het Vrije Volk, 1976)

Begin jaren 80 sluit Metro. Deze bioscoop was de laatste zelfstandige bioscoop van Rotterdam. En samen met de in 1977 gesloten Colosseum aan de Beijerlandselaan (ook ooit een mooie winkelstraat, in de buurt Hillesluis) waren dit de laatste twee bioscopen van Rotterdam-Zuid.

Sindsdien zit Rotterdam-Zuid zonder bioscoop. Tot de opening van Pathé De Kuip in 2002, die vrijwel direct vanaf de opening behoort tot de best bezochte bioscopen van Nederland. In 2020 gaat er zelfs een nieuwe Pathé geopend worden, naast Ahoy. Het lijkt wel alsof de populariteit van Rotterdam-Zuid te meten is in bioscopen!

[Lees meer over de Metro bioscoop (Wolphaertsbocht) en over de Colosseum bioscoop (Beijerlandselaan) op DeFilmKijker]

Mijnsherenlaan en het metroviaduct

Brengt die nieuwe metrolijn dan alleen maar narigheid? Nee, niet echt, want eind jaren 60 is een extra verbinding tussen de twee delen van Rotterdam hard nodig. De Willemsbrug (1878) en de Maastunnel (1942) zijn tot dan toe de enige verbindingen en die beginnen zo’n beetje dicht te slibben. Dat halte Zuidplein nu het drukste OV-knooppunt in Rotterdam is (en het busstation bijna de grootste van Nederland, op die van Utrecht Centraal na), zegt ook genoeg.

Maar de ooit mooie Mijnsherenlaan heeft toch ook te lijden onder de nieuwe metrolijn. Het viaduct waar de metro overheen rijdt – de metro rijdt deels bovengronds – wordt midden in de straat gezet. Bewoners van Mijnsherenlaan zijn niet blij met de aanleg van het viaduct:

“De bewoners van de Mijnsherenlaan hebben straks de metrotrein zowat in hun kamer. Het is te hopen, dat het geluid van het rollend materieel inderdaad zo zal zijn als ons door de verantwoordelijke instanties is beloofd. Het wonen aan de Mijnsherenlaan is er niet beter op geworden en ik verwacht dan ook dat het grootste deel in verval zal raken.” (Pieter Spreeuw, Het Vrije Volk, 1966)

Ondanks de plannen een promenade of een parkje onder het viaduct aan te leggen (uiteindelijk werden het toch maar parkeerplaatsen), kwam Pieter Spreeuws voorspelling uit. De Mijnsherenlaan raakte in verval. De appartementen werden overgenomen door huisjesmelkers, die ze volpropten met nieuw gearriveerde gastarbeiders. De gezinnen die hier in eerste instantie heen waren gekomen vanwege de luxe drie-kamer-appartementen verhuisden weer weg toen ze merkten dat de buurt achteruit ging.

Straatbeeld Mijnsherenlaan, zonder metroviaduct in beeld (Bron: Funda)
Straatbeeld Mijnsherenlaan, zonder metroviaduct in beeld (Bron: Funda)

The turbulent thirties

Het toeval wil dat ik laatst weer op een semi-tijdscapsule uit de jaren 30 stuitte: in de vorm van het appartement op Mijnsherenlaan 111A. Gewapend met een beetje kennis van zaken kan je aan dit appartement de gloriedagen van de Mijnsherenlaan nog aflezen. Aan oude huizen kun je over het algemeen redelijk veel aflezen, omdat vooroorlogse woningen met een andere insteek gebouwd werden dan na-oorlogse woningen.

Het grootste verschil is dat er vroeger op functie (en klasse) werd gebouwd: arbeiderswoningen, ambtenarenwoningen, herenhuizen, et cetera. Uit die benamingen, maar ook aan de indeling en afwerking van de huizen, kun je aflezen wat iemands status was. Uit de benaming ‘eensgezinswoning’ valt, op grofweg het aantal kamers na, niet zoveel af te lezen.

De meeste appartementen aan de Mijnsherenlaan zijn in de jaren 30 gebouwd. Nummer 111A stamt uit 1939. Het eerste teken van luxe is dat er een badkamer aanwezig is – iets wat in die tijd niet verplicht was en dus niet standaard werd ingebouwd. (Het appartement aan de Voetjesstraat, anno 1935, had geen badkamer. )

Dan het aantal kamers: wel drie! Hoe meer kamers, hoe meer luxe. Verder zijn er die mooie afwerkingen die de jaren-30-woning  kenmerken: glas-in-lood, kleurrijke tegels, parket, granito. Het zijn niet enkel mooiigheden – het zijn ook hoogwaardige materialen die aantonen dat dit appartement niet voor de gewone arbeider was.

Elementen uit appartementen aan de Mijnsherenlaan. (Bron: Funda)
Elementen uit enkele verschillende appartementen aan de Mijnsherenlaan. (Bron: Funda)

Helaas, hoe mooi de appartementen ook zijn, meerdere factoren hebben een negatief effect gehad op de buurt. Twee van die factoren zijn dus de komst van het metroviaduct, huisjesmelkers en een nieuw soort bewoner. Geluidsoverlast, horizonvervuiling, gebrekkig onderhoud aan appartementen, grote doorstroom in bewoners, maar ook domweg de behoefte aan grotere woningen: het heeft de Mijnsherenlaan geen goed gedaan.

The gentrifying tens

Hoe gaan we de jaren 10 van het nieuwe millenium (de jaren tussen 2010-2019) noemen? Ik stel ‘the gentrifying tens’ voor. Het is immers een overheersend thema in dit decennium.

Maar zou een wijk met jaren-70-flats ooit kunnen worden gegentrificeerd? Ik kan het me niet voorstellen. Zelfs inclusief het verval zie je hoe goed doordacht en zorgvuldig gebouwd vooroorlogse wijken zijn. Al die oude sfeervolle elementen in verval maken Rotterdam-Zuid perfect voor gentrificatie. Uit de pan rijzende prijzen in andere delen van de stad, maar ook een hernieuwde waardering voor de stijl en de bouwkwaliteit spelen een rol. Hoewel veel van de appartementen niet zo groot zijn, zijn ze wel knus en perfect voor kleinere huishoudens. Beneden- en bovenwoningen hebben het potentieel samengevoegd te kunnen worden als er toch behoefte is aan meer ruimte.

Architect Roel van Tatenhove is het met me eens. (Of: ik ben het eigenlijk met hem eens. Details.) Hij studeerde af op de mogelijkheden van portiekwoningen in de Vogelbuurt in Carnisse. Hij ziet de potentie van Carnisse en trekt een vergelijking tussen Carnisse en Blijdorp, waar 20 jaar geleden een verbetertraject is opgezet. Hij pleit ervoor de wijk zorgvuldig te benaderen, onderhoud te stimuleren en alleen te slopen waar dat echt nodig is. Yes, sir!

“Twintig jaar geleden is zo’n verbetertraject ook voor Blijdorp opgezet. En kijk eens hoe gewild die wijk nu is,” aldus Roel van Tatenhove. (VersBeton: Op Zuid staat het beleid op de grootste achterstand)

Helaas wordt namens het NPRZ (Nationaal Plan Rotterdam-Zuid) veel de sloophamer gehanteerd. Dat betekent niet alleen dat er wordt gekozen voor nieuwbouw in de plaats van het opknappen van oude panden (wat ik persoonlijk heel jammer vind), maar ook dat deze nieuwe woningen (veel) duurder zijn en dat er mínder woningen worden teruggebouwd in verhouding tot het aantal dat wordt gesloopt. In sommige gevallen is dat echt schrikbarend weinig: in de Mijnkintbuurt in Tarwewijk worden 168 woningen gesloopt om er 88 grotere en duurdere voor terug te bouwen. Plannen voor de Texelsestraat in Carnisse omvatten zelfs slechts 51 nieuwbouwwoningen in ruil voor 169 sloopwoningen.

Los van dat ik de neiging heb oude gebouwen te willen beschermen: hoe is dit te verdedigen in de huidige krappe huizenmarkt? En dan hebben we het ook nog niet eens gehad over wat het betekent voor de oud-bewoners. Zonder al te politiek te worden (wat, toegegeven, niet te vermijden is als we het hebben over gentrificatie) is het duidelijk dat NPRZ een vrij onsubtiel doel heeft en dat is: sociale huurbewoners vervangen door welgestelde gezinnen en het liefst in de verhouding 3:1.

Met een schuin oog kijk ik naar Katendrecht, waar ik niet alleen de nieuwbouw kil vind afsteken tegen de sfeervol opgeknapte oude panden, maar waar ook de kloof tussen Kapenezen en Katendrechters diep is.

Plaatsmaken

Misschien is het wel omdat ik al een beetje nostalgisch aan het worden ben en ik op deze manier langzaamaan mijn afscheid neem van de buurt. Maar zoals sommige mensen graag apparaten uit elkaar halen om te kijken hoe het werkt, duik ik graag in de archieven om te zien hoe het vroeger was en waarom en wat dat betekent voor hoe het nu is en straks misschien gaat worden.

Binnen niet al te lang gaan we hier weg. Dan zullen de potentiële nieuwe bewoners wel in drommen naar het Open Huis komen, zoals ook een half jaar geleden in het appartement boven ons en pas geleden in het appartement aan de Voetjesstraat. Dat zeg ik niet uit arrogantie, omdat ik vind dat deze woning zo te gek is (al is het wel echt een fijn appartementje). Het is gewoon een feit dat de woningmarkt overspannen is en dat Rotterdam-Zuid daardoor in populariteit toeneemt.

En dat terwijl 10 jaar geleden mensen me nog meewarig aankeken als ik zei dat ik in Zuid woonde. Het blijft een rare gewaarwording. En het voelt toch ook een beetje dubbel.


Meer lezen:

De grote verbouwing van Rotterdam-Zuid, verzameling artikelen in onderzoek naar het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid, door VersBeton

Artikel van Hans Koole over 50 jaar metro in Rotterdam, met filmpje van de eerste rit van Centraal naar Zuidplein – nog voordat winkelcentrum Zuidplein er stond

Verdwenen bioscopen van Rotterdam, DeFilmKijker, verzameling artikelen over oude bioscopen van Rotterdam

Het mengen van buurten bestendigt bestaande ongelijkheid, artikel van SocialeVraagstukken.nl over het slopen van sociale huurwoningen en vervangen door koopwoningen

Kopers en sociale huurders kunnen elkaar niet luchten of zien, artikel van Het Parool over een onderzoek naar menging van koop en huur in Amsterdam

Een gedachte over “De teloorgang (en opkomst) van Zuid

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s